Algemeen

Wat doet het Laboratorium Microbiologie Twente Achterhoek (LabMicTA)?

LabMicTA houdt zich bezig met alles wat met infecties te maken heeft. Dit houdt in: het voorkomen van infecties, het onderzoeken van patiëntmateriaal op de aanwezigheid van micro-organismen die klachten kunnen veroorzaken, en het adviseren aan de behandelend arts over de optimale behandeling hiervan.

Naar gelang de soort verwekker wordt het laboratorium globaal in 3 afdelingen onderverdeeld: Serologie, Moleculaire Microbiologie en Bacteriologie.

Serologie

Op de afdeling Serologie wordt onderzoek verricht in bloedmonsters naar afweerstoffen (antistoffen) tegen verschillende verwekkers van infectieziekten. Voor sommige infecties geldt dat antistoffen aanwezig zijn, terwijl het micro-organisme niet (meer) detecteerbaar is, hetgeen kan helpen bij het stellen van een diagnose.

Moleculaire Microbiologie

Op de afdeling Moleculaire Microbiologie wordt veel gewerkt met kwalitatieve en kwantitatieve nucleïnezuur amplificatiemethoden zoals de PCR (polymerase chain reaction). Deze methoden worden momenteel het meest gebruikt voor de directe detectie van pathogenen zoals bacteriën, virussen, dermatofyten en parasieten in patiëntmonsters. Deze methoden zijn erop gericht om de aanwezigheid van micro-organismen te onderzoeken door het genetisch materiaal hiervan in het patiëntmateriaal op te sporen.  Hieronder valt ook de opsporing van micro-organismen in het kader van uitbraken binnen en buiten de ziekenhuizen (MRSA, VRE) en voor het identificeren van resistentiemechanismen voor antibiotica zoals ESBL’s (Extended-spectrum bèta-lactamase), carbapenemasen en VRE’s (Vancomycine Resistente Enterococcen).

Bacteriologie

De afdeling Bacteriologie bestaat uit de sub-afdelingen Bacteriologie, Tuberculose, Parasitologie en Mycologie. Op deze afdelingen wordt met behulp van verschillende (kweek) technieken gezocht naar ziekteverwekkende bacteriën, parasieten en schimmels in diverse patiëntmaterialen. Van de gekweekte ziekteverwekkers wordt vervolgens de gevoeligheid voor antibiotica bepaald zodat de behandelend arts een geschikte en adequate behandeling kan starten.

Klachten waarbij een infectie een rol kan spelen kunnen van allerlei aard zijn. Bij een blaasontsteking bijvoorbeeld kan een analist een urinemonster onderzoeken op het al dan niet aanwezig zijn van bacteriën en vaststellen voor welke antibiotica deze bacteriën gevoelig zijn. Met de uitslag van het onderzoek kan de arts-microbioloog de behandelend arts adviseren over de juiste behandeling van de infectie. Maar het kan ook een longontsteking of hersenvliesontsteking bij een opgenomen patiënt zijn veroorzaakt door een virus, of bloedvergiftiging veroorzaakt door een gist bij een patiënt op de intensive care.

Bij deze activiteiten zijn meerdere medewerkers betrokken, zoals analisten, artsen-microbioloog en een medisch moleculair microbioloog. Analisten onderzoeken het patiëntmateriaal.  De arts-microbioloog slaat een brug tussen het laboratorium en de patiënt door als medebehandelaar actief betrokken te zijn bij de preventie, opsporing en behandeling van infectieziekten. Hij heeft uitgebreide kennis van de laboratoriumactiviteiten die nodig zijn om ziekteverwekkers op te sporen en, waar van toepassing, de effectiviteit van antimicrobiële middelen hiertegen te onderzoeken. De medisch moleculair microbioloog heeft een complementaire rol met de arts-microbioloog en houdt zich bezig met een specifiek gebied binnen de medische microbiologie, namelijk de moleculaire microbiologie (zie boven).

Ondersteunende diensten

Deze kerntaken van het laboratorium worden ondersteund door o.a. de medische administratie en vervoersdienst.

De medewerkers van de vervoersdienst bezoeken de diverse afhaalpunten in Twente en de Gelderse Achterhoek om patiëntmaterialen op te halen. Wanneer de chauffeur terugkomt worden de meegebrachte materialen uitgepakt en gesorteerd op verschillende materiaalgroepen. De groepen zijn o.a.: urines, feces, pussen, respiratoir materiaal en serum. Daarna worden de lege verpakkingen weer voorzien van schoon afname- en verzendmateriaal en worden deze geretourneerd naar de afzenders.

Door medewerkers van de medische administratie worden de materialen en de aanvraagformulieren voorzien van een barcode, zo heeft elk materiaal een unieke code. Patiëntgegevens, verzekerings- en klinische gegevens, de aanvrager en verdere informatie afkomstig van het aanvraagformulier, worden in de computer verwerkt. Daarna gaan de materialen naar de betreffende deellaboratoria voor onderzoek (zie boven).

algemeen

Om bovenstaande te bereiken werken de bijna honderdvijftig gedreven medische stafleden, analisten en ondersteunende medewerkers continu volgens de hoogste kwaliteitsnormen zodat u erop kunt vertrouwen dat LabMicTA het maximale doet om de patiëntveiligheid te garanderen.

Feedback